Schrijf zo mager mogelijk

Schrijf

‘Schrijf zo mager mogelijk.’ Ik kreeg deze schrijftip een jaar of twaalf geleden. Ik had een ruwe versie van het manuscript van mijn debuut laten lezen door een oud-jurylid van een bekende boekenprijs. Ik hing aan zijn lippen, want ik had geen idee wat hij bedoelde.

‘Schrijf mager?’ dacht ik. ‘Kun je ook ‘dik’ schrijven dan?’ O ja. En dat was dan ook precies wat ik nog deed op dat moment: heel dik schrijven. Overdadig in alle opzichten. En overdaad schaadt. ‘Schrijf zo mager mogelijk’ is mijn derde schrijftip.

Verzuip niet in details
Overdrijf zo weinig mogelijk
Schrijf kernachtig
Gebruik zo min mogelijk personages
Gebeurtenis heeft een functie
Volgende schrijftip?

Verzuip niet in details

Ik neem je mee terug naar dat moment, twaalf jaar geleden. Ik zit op de bank, bij dat oud-jurylid. Via een schrijfvriend ben ik met hem in contact gebracht. Hij heeft heel mijn manuscript, een eerste versie van De Verteller van Beorga, gelezen. ‘Veelbelovend,’ vindt hij. ‘Maar je bent er nog lang niet.’ In een uur tijd ontdek ik dat ik teveel schrijf. Ik wil de lezer de wereld die ik heb geschetst intens laten beleven. En alles wat gezegd wordt ook. Alles heeft een kleur, heeft een beschrijving. Het zal altijd een valkuil voor mij blijven, want ook bij de eerste versie van Meerminnen verdrinken niet was ik er weer bijna ingetuimeld.

Begrijp me niet verkeerd: details zijn belangrijk voor je verhaal. In mijn artikel ‘Mijn succesformule voor een historisch boek schrijven’ op mijn blog meerminnenverdrinkenniet.nl ga ik daar dieper op in. Ik vertel je er onder andere dat details je verhaal kader, setting en sfeer geven. Maar ik waarschuw je er vooral de lezer niet te overstelpen met bijzaken, want dan verslapt je verhaal. Waak daar dus voor. Schrijf alléén de details op die nodig zijn voor je verhaal. En gebruik een dialoog nóóit als kapstok om daar ‘onbenulligheden’ aan op te hangen.

Ik had zoveel details over de val vanaf de derde verdieping van de Citadel in dit stuk kunnen stoppen. Maar ik heb dat juist niet gedaan, ik schreef het zo mager mogelijk. En dat maakte het goed. Uit: Dromer.

Overdrijf zo weinig mogelijk

Ik zal de eerste kritische vraag die ik kreeg tijdens een samenkomst met mijn toenmalige schrijfgroep ‘Zuidwesterstorm’ nooit vergeten. (Ik kom nog een keer terug op schrijfgroepen, want die zijn heel zinnig). Ten eerste omdat ik uitleg moest vragen en ten tweede omdat ik (na uitleg van het woord) ervan overtuigd was dat het kritiekpunt juist een van mijn sterkste troeven was.

‘Waarom schrijf jij zo bombastisch?’

OMG. Ik had geen idee wat het woord betekende.
Letterlijk: met veel overdrijving.
‘Als ik jouw stukken lees, dan hoor ik telkens tromgeroffel.’
De kritische vraagsteller had gelijk: ik gebruikte in die tijd veel dramatische woorden.
Ontzettend. Heel erg. Enorm. Massief. Groot verdriet. Wagenwijd.
Dat moest ik dus echt niet doen, leerde ik. Want je kunt met de juiste dosering en de goede woorden meer drama oproepen. Het geheim achter een (geloofwaardig) drama: schrijf mager. Schrijf heel mager, met zo min mogelijk woorden. Laat het zien, vertel het niet. (Het welbekende ‘Show, don’t tell’). Zorg dat spanning of drama ontstaat met bijna niets.

Schrijf
Als je dit stuk leest, dan voel je het als het goed is vanbinnen. Je ziet het voor je en voelt de ‘uitroeptekens’. Misschien verwacht je een kreet, die opwelt in de keel van William. Dat komt doordat ik veel niet vertel en niet zeg. Ik doe in dit stuk het tegengestelde van overdrijven: ik schrijf zo mager mogelijk. Uit: Dromer.

Elke gebeurtenis heeft een functie

In de jarenlange (oefen-) periode die vooraf ging aan de publicatie van mijn eerste boek leerde ik dat élke gebeurtenis in een verhaal een functie moet hebben. Net als een dialoog, overigens. Daar kom ik in een andere schrijftip nog eens op terug. Ook het beperken van het aantal gebeurtenissen tot de kern, tot wat past bij de rode draad, past bij zo mager mogelijk schrijven.

Schrijf kernachtig

Bij het schrijven van een verhaal, blog of artikel geldt:

Wat niet nodig is, is niet nodig.

Dat geldt ook voor alles wat ‘eigenlijk’ niet nodig is.
Schrijf het gewoon niet. Of schrap het in een herschrijfronde. Ga terug naar de kern. Wat is de rode lijn? Misschien denk je wel: ‘Maar het is leuk, dat extraatje dat ik schreef.’ Vraag jezelf dan tóch af: had het een functie? Was het nodig voor:

  • je verhaal?
  • de setting?
  • de sfeer?
  • (de ontwikkeling van) je personage(s)?
  • de scène?

Nee?
Schrappen.
Want het leidt af van je verhaal.
(Je bent een ijsje aan het eten. Iemand strooit er geraspte kaas over. Erg lekker, maar niet over een ijsje. Capice?).

Ik vind het heerlijk om een hoofdstuk te stoppen middenin een gesprek of spannende scène. Goede cliffhangers zijn dat. Ik benut zo de kracht van het op tijd stoppen. Juist dingen niet vertellen kunnen zoveel doen voor een verhaal. Schrijf mager en je maakt je lezer hongerig. Dit is het einde van een hoofdstuk uit Meerminnen verdrinken niet.

Gebruik zo min mogelijk personages

Een van de grootste kritiekpunten (ook door professionele recensenten) op mijn debuut was dat er te veel personages in zaten. Daar was het genre (fantasy) mede schuldig aan. Als ik dit boek nu zou herschrijven zou ik minimaal drie personages uit het verhaal schrappen. Ik kan, met alle opgedane ervaring, namelijk maar één verhaal bedenken dat goed wegkomt met talloze personages: Game of Thrones.

Bij mager schrijven hoort ook het gebruik van zo min mogelijk personages in je verhaal. Veel personages maken je verhaal minder sterk. Let maar eens op bij het bingewatchen op Netflix of Amazon Prime: de beste series hebben weinig acteurs. Alle romances die in de serie opbloeien zijn tussen de hoofdrolspelers. Dat heeft een simpele reden: zo’n romance voelt intenser voor de kijker. Je hebt meer inlevingsvermogen in die personages.
Minder personages maken je verhaal dus beter. Hoe meer blikken met personages je opentrekt, hoe moeilijker het wordt voor jou om die personen het niveau van bordkartonnen figuur te laten overstijgen en geloofwaardig te maken. Een verhaal wordt pas écht goed als je (weinige) personages levensecht worden. Vraag je telkens af: is er wel een nieuw personage nodig voor dit hoofdstuk / deze scène? Of is het gewoon een extra rol die ik al aan een bestaand karakter kan toewijzen?

Volgende schrijftip?

Conclusie: schrijf mager in alle opzichten en til zo je schrijven naar een hoger niveau. Ben je benieuwd naar mijn volgende schrijftip? Ik ga dan in op actief schrijven: dé manier om je zinnen mooier te maken en je verhaal leesbaarder en levendiger. Tot de volgende!

Liefs,
Saskia