Beperk het gebruik van lange zinnen

Lange zinnen

Lange zinnen lezen is niet altijd prettig. Zeker niet als er meerdere achter elkaar staan met veel komma’s erin. Je lezer haakt af, ongeacht of je verhaal spannend of mooi is.

Zijn lange zinnen dan altijd slecht? Nee. Op mijn schrijftip ‘Schrijf zo mager mogelijk’ reageerden verschillende auteurs op Facebook met opmerkingen als ‘ik schrijf graag dik’ of ‘ik hou wel van een mooie volzin’. Ik ook, dat geef ik grif toe. Ik ben er zelfs dol op. Maar dik geschreven stukken of lange volzinnen komen niet binnen bij je lezer als je overwegend dik schrijft of lange zinnen gebruikt.

Lange zinnen zijn niet intelligenter
Gebruik minder bijzinnen
Hoe maak je een lange zin kort?
Lange zinnen: smullen
Variatie is het best

Lange zinnen zijn niet intelligenter

Onlangs hielp ik een goede bekende met het herschrijven van een webtekst. Ik stuitte op een jungle van ouderwets en moeilijk taalgebruik, lange zinnen, komma’s, puntkomma’s en herhaling. Ook raakte haar tekst soms volledig in de knoop. Dan klopten haar zinnen niet door de vele details en informatie. Sterker nog: ze sprak zichzelf regelmatig tegen. Toen ik met de rode pen door haar tekst ging schoot ze in de verdediging: ‘Ik schrijf intelligente teksten,’ zei ze. ‘Ik zit niet meer op de basisschool. Jij schrijft jeugdboeken. Dus jij schrijft in korte zinnen, want de tekst moet simpel zijn.’ Ik moet je eerlijk bekennen: ik heb de strijd niet gewonnen, juist doordat zij zo’n goede bekende van me is. Ik wilde haar niet kwetsen. Maar ze zit er echt naast. Met middellange en kortere zinnen schrijven is niet minder intelligent. Het getuigt juist van inzicht, want het houdt de aandacht van je lezer vast.

Schrijf jezelf niet in de knoop: door lange zinnen spreek je jezelf soms onbewust tegen.

Gebruik minder bijzinnen

Bijzinnen zijn vaak ‘medeschuldig’. Lange zinnen ontstaan dan door een veelgemaakte ‘fout’:  dingen die bij elkaar horen in één zin willen proppen. En ja, dan heb je een bijzin nodig om alle informatie aan elkaar te knopen. Ik was in het verleden nogal een ‘en toen en toen-figuur’. Ik wilde altijd zoveel mogelijk vertellen. Nu ga ik daar steeds bewuster mee om. Ik geef je een voorbeeld, waarbij ik een bestaande zin uit mijn laatste roman bewust langer maak dan in het boek.   

Onderaan de dijk stond een man, die laarzen droeg die zo lang waren dat ze zijn bovenbenen bedekten, in een vierkante vijver waar nog water in stond.

Onnodig lang door tig bijzinnen. Ronduit slaapverwekkend.

Onderaan de dijk stond een man in een vierkante vijver waar nog water in stond. Hij droeg laarzen die zo lang waren dat ze zijn bovenbenen bedekten.

Origineel.

Het onderste voorbeeld komt letterlijk uit Meerminnen verdrinken niet. Er staan nog steeds bijzinnen en hoofdzinnen in, maar ik heb de tekst daar in tweeën geknipt. Dat leest een stuk prettiger.

“It’s raining cats and dogs”. Teveel informatie kan nogal overweldigend zijn.

Hoe maak je een lange zin kort?

Een lange zin maak je korter door flink wat komma’s door punten te gaan vervangen in je herschrijfrondes. Natuurlijk kun je niet letterlijk telkens een punt zetten in plaats van een komma, want je zult de zin vaak moeten verbouwen. Ik geef je twee tips om je zinnen korter te maken.

1. Kort zinnen met drie komma’s of meer in

In de regel zijn zinnen met drie komma’s of meer te lang. Dat geldt natuurlijk niet altijd. Soms zijn het prachtige zinnen en die mag je gerust afwisselen met middellange en korte zinnen. Maar de uitzondering bevestigt de regel.

Daar lag het, groot, glad en zilver als een spiegel, achter de drooggevallen zandplaten: de Grevelingen.

Drie komma’s en een dubbele punt: nodeloos moeilijke zin.

Daar lag het, achter de drooggevallen zandplaten: de Grevelingen. Groot, glad en zilver als een spiegel.

Twee komma’s en een dubbele punt: de tekst komt beter binnen en klinkt mooier.

2. Zet niet teveel informatie in één zin

Ook als je een gevalletje ‘dit hoort écht in een zin’ hebt, probeer er dan juist mee te spelen. Gewoon in stukken hakken die zin en er gebeurt iets magisch!

Janna’s tante was zo’n geval: ze had een bleek gezicht, kleurloze lippen, asblond haar, een grijze jurk en op haar hoofd droeg ze een wit gehaakt kapje.

Persoonlijk vind ik dit too much.

Janna’s tante was zo’n geval. Een bleek gezicht, kleurloze lippen, asblond haar. Grijze jurk. Op haar hoofd droeg ze een wit gehaakt kapje.

Door de punten en ‘het spel’ met de komma’s lijkt er een ritme in de zinnen te zitten.

Lange zinnen: smullen

Lange zinnen zijn dus not done? Nee, ik pleit toch voor een paar, nee zelfs behoorlijk wat, smakende volzinnen. Die kunnen namelijk de jus zijn in het putje van je stamppot. Lange zinnen werken ook heel goed als je een poëtische schrijfstijl hebt en deze zinnen bewust afwisselt met (zeer) korte en middellange zinnen en stukken dialoog. Raynor Winn, momenteel internationaal bestseller auteur, heeft deze techniek goed in de vingers. Op het moment van schrijven lees ik haar ‘Het Zoutpad’. Een waargebeurd verhaal over Raynor en haar man Moth die binnen een paar dagen tijd alles kwijtraken: ze verliezen hun huis door een speculatieschandaal en Moth blijkt een ernstige ziekte te hebben. Met de moed der wanhoop nemen ze een impulsief besluit: ze gaan de eeuwenoude South West Coast Path lopen, weg van alles en iedereen. Het is een tocht van duizend kilometer door het oeroude, verweerde landschap langs de zuidkust van Engeland. Raynor Winn beschrijft met zoveel liefde en overtuiging hun tocht en de kracht van de natuur, dat ze wegkomt met lange zinnen. Soms zelfs met zinnen van vier komma’s lang. En dan een ultrakorte zin. Baf!

De gesprekstof varieerde van hoe de dokter Janna’s sneeën ging dichtnaaien en hoe geweldig hij was, omdat hij gewoon operaties uitvoerde op de keukentafel (‘Heb je ook gehoord van die vrouw met dat vetgezwel van ruim vier kilo? Vier kilo! En de dokter haalde het weg!’), tot hoe jaloers de vrouw van de dokter wel niet was geweest en hoeveel ruzie ze hadden gehad tot de dokter haar uiteindelijk had vermoord.

Mijn favoriete, ernstig lange, zin uit Meerminnen verdrinken niet. Hap, slik, weg.
Door zo nu en dan een lange, smakende, volzin tussen je middellange en korte zinnen te gooien bereik je een prachtig effect. Dan hoor je een ritme in je schrijven.

Variatie is het best

Bij lange zinnen geldt, net als in mijn voorgaande schrijftips over mager schrijven versus ‘dik’ schrijven en actief schrijven versus passief schrijven: afwisseling is goed. Beperk het gebruik van lange zinnen, maar door er zo nu en dan eentje tussen je middellange en korte zinnen te gooien bereik je een prachtig effect. Ik noem dat ook wel ‘ritme horen’ in je schrijven. Ik kom daar op terug in Herschrijf tot je er muziek in hoort.

Liefs, Saskia