Maak je verhaal levendiger door actief schrijven

actief schrijven

‘Stop met zo passief te schrijven, ga actief schrijven.’ Dit was een van de eerste schrijftips die ik kreeg tijdens een samenkomst van mijn schrijfgroep, een kleine eeuwigheid geleden. ‘Maar er gebeurt toch van alles?’ wierp ik tegen. En zo kwam ik erachter dat spannende gebeurtenissen of een strakke spanningsboog helemaal niets met actief schrijven te maken hebben.

Voor copywriters is actief schrijven piece of cake, een tweede natuur. Ik begon pas jaren later met copywriting, en zag pas toen in dat tekst er zoveel mooier en levendiger door wordt. Deze schrijftechniek is helemaal niet zo ingewikkeld en maakt je verhaal niet alleen levendiger, maar ook prettiger leesbaar.

Wat is actief schrijven?
Actief schrijven versus passief schrijven
Zo min mogelijk hulpwerkwoorden
Voltooid verleden tijd: vaak passief
Lijdend: het woord zegt het al
Is passief schrijven fout?
Volgende tip, graag!

Wat is actief schrijven?

Wat is actief schrijven? Voordat ik je ga ‘vermoeien’ met allerlei informatie wil ik je eerst vertellen dat actief schrijven vooral direct en vlot schrijven is. Actief geschreven stukken komen binnen bij je lezer. Ze zijn persoonlijk, spreken aan. De lezer ziet het meteen voor zich en hoeft zinnen niet twee of drie keer over te lezen om het tot zich door te laten dringen. Daarbij helpt het al om lange zinnen gewoon door de helft te knippen. Zet eens wat vaker een punt!

Actief schrijven versus passief schrijven

Ik hoor nog wel eens dat actief of passief schrijven een kwestie van smaak is. Maar dat is niet helemaal waar. Het is een feit dat actieve zinnen de lezer meer prikkelen. Ze zijn directer en roepen sneller een beeld op. Ik tip mensen wel vaker actief te schrijven en dan haal ik steeds hetzelfde voorbeeld aan: eentje uit mijn ervaringen als contentschrijver voor websites en niet als auteur. Waarom? Omdat deze altijd zo overduidelijk is.

‘Wij zijn actief in het produceren van kunststof producten.’

of

‘Wij produceren kunststof producten.’

Bij het lezen van de eerste zin val ik halverwege zowat in slaap. En eigenlijk moet ik de zin nog een keertje lezen om te begrijpen wat er echt staat. Dat komt doordat hij onnodig lang en wollig is. Bij de tweede zin zie ik meteen wat er bedoeld wordt. De eerste zin is passief, de tweede zin actief. Waarom is die eerste zin passief? Omdat er een hulpwerkwoord gebruikt is.

Zo min mogelijk hulpwerkwoorden

Het makkelijkste handvat bij actief schrijven is dan ook om zo min mogelijk hulpwerkwoorden te gebruiken, zoals:

  • zijn
  • gaan
  • hebben
  • zullen
  • worden

Gebruik je deze hulpwerkwoorden veel, dan worden je zinnen vaak vanzelf passief. En die zijn minder aantrekkelijk. Kleine waarschuwing: ik kan het als Zeeuwse, afkomstig uit een mosselvissersdorp, natuurlijk niet laten om te komen met voorbeeldzinnen met mosselen erin. 😉

‘De mosselen worden door Janna opgegeten.’

(passief)

of

‘Janna eet de mosselen op.’

(actief)

Voltooid verleden tijd: vaak passief

Met hulpwerkwoorden komen zinnen vaak in de voltooid verleden tijd te staan. Kun je dan de voltooid verleden tijd het beste mijden? Het is zeker zo dat veel in v.v.t. schrijven geen goed idee is. Laat ik je hieronder een voorbeeld geven. Ik herschrijf een stukje uit mijn historische roman Meerminnen verdrinken niet eerst volledig in voltooid verleden tijd:  

Janna’s moeder had dezelfde ogen gehad. Althans, tot papa onder het zware ding was terechtgekomen. Toen ze het rampzalige nieuws had gehoord, was de storm in haar ogen aangezwollen tot orkaankracht 10. Alle kleuren hadden rond haar pupillen gekolkt, die zo klein waren geworden als speldenknoppen. Ze had geschreeuwd en gehuild. Ze was alles vergeten, ook zichzelf.

Ik merk dat ik wat moeite heb mijn aandacht bij het stuk te houden. De zinnen komen behoorlijk ingewikkeld op mij over en doordat alles in voltooide tijd is geschreven voelt het heel erg passé. Ik laat je nu het originele stuk zien, waarin ik v.v.t. en v.t. heb afgewisseld:

Janna’s moeder had dezelfde ogen gehad. Althans, tot papa onder het zware ding terechtgekomen was. Toen ze het rampzalige nieuws hoorde, zwol de storm in haar ogen tot orkaankracht 10. Alle kleuren kolkten rond haar pupillen die zo klein waren geworden als speldenknoppen. Ze schreeuwde en huilde. Ze vergat alles, ook zichzelf.

Is de voltooid verleden tijd dan altijd passief? Nee. Niet als je afwisselt. En taalkundig gezien is een zin in de voltooid verleden tijd niet altijd passief! Zo’n zin wordt pas passief als het onderwerp in de zin iets ondergaat.

Lijdend: het woord zegt het al

Een zin is dus passief als het onderwerp in de zin iets ondergaat. Met andere woorden: het onderwerp staat niet centraal in de zin. Zo’n zin is geschreven in de lijdende vorm (passief). Ik vind altijd dat het woord ‘lijdend’ zichzelf al een beetje verraadt: lijden, dat doet toch pijn? Auw. Niet goed.  

Het mosselschip is door oom Wolfert gekocht.

(Lijdend, ‘auw’, passief)

Oom Wolfert heeft het mosselschip gekocht.

(Bedrijvend, actief)

De tweede zin is aantrekkelijker én persoonlijker. Lijdend en bedrijvend worden daarom ook wel uitgelegd als onpersoonlijk en persoonlijk. Dat komt doordat in de bedrijvende vorm ‘degene die het doet’ centraal staat. Persoonlijk dus. Daardoor is de zin levendiger én leesbaarder voor de lezer (en als ik het verder doortrek is het ook makkelijker jezelf met de personages uit het verhaal te identificeren).   

Lijdend

Is passief schrijven fout?

Is passief schrijven dan fout? Nee, natuurlijk niet. Laat ik schrijven even vergelijken met het eten van mosselen: eet er niet teveel friet bij, dat is ongezond. Natuurlijk: mossels zijn veel lekkerder (en gezonder) dan de friet. Actief schrijven is voor het gemak de mossels, de friet is passief schrijven. De variatie, mossels (actief schrijven) afwisselen met friet (passief schrijven), op het juiste moment, maakt het allemaal net wat lekkerder. 😉 Een klein voorbeeld:

Een groot, houten gevaarte trotseerde het gras. Als je vergat dat het werd getrokken door kreunende en piepende mannen, dan leek het wel een spookschip.

Zin 1: actief. Zin 2: passief. ‘Lekker stukje’ door variatie in actieve en passieve vorm. Uit: Meerminnen verdrinken niet.

Volgende tip, graag!

Door actief te schrijven maak je jouw verhaal dus levendiger en leesbaarder. Ik gaf al aan dat het ook helpt om het gebruik van lange zinnen te beperken. Ik zou daar de volgende keer verder over willen uitweiden. Ik zal deze tip dan combineren met het beperken van (bijvoeglijke) bijzinnen en bijvoeglijke naamwoorden: een mix die tot verrassend mooier proza leidt.

Liefs,

Saskia